X

EUROPEES TUINENNETWERK – EGHN

De tuinen van kasteel Augustusburg

De tuinontwerper Dominique Girard creëerde vanaf 1728 de tuinparterre van het kasteelpark Augustusburg naar maatstaven van de Franse tuinkunst, zoals hij die geleerd had van André Le Nôtre, en gaf hierin uiting aan alle ervaringen en ideeën die hij tijdens zijn loopbaan had opgedaan.

Het kasteelpark geldt nog altijd als het belangrijkste voorbeeld van Franse tuinkunst buiten Frankrijk en heeft wezenlijk aan de erkenning van het kasteel Augustusburg als cultureel erfgoed door UNESCO bijgedragen.

Het hoofdelement van het complex is de ten zuiden van het kasteel gelegen broderie-parterre met ronde en vierpasvormige fonteinbekkens en de aansluitende spiegelvijver. De fijne buxusornamenten van de sierborders zijn met bloemperken omzoomd. De lindelanen aan de zijkant van de parterre voeren de bezoeker langs driehoekige bosschages, met daarin fonteinen en kleine ‘salons’.

Vanaf 1842 vormde Peter Joseph Lenné een gedeelte van het grote park om in een Engels landschapspark. Bochtige paden en beekjes leiden hier naar twee vijvers met eilandjes erin. In het zuidoosten loopt een lindelaan naar het nabijgelegen kasteel Falkenlust.

Lenné betrok ook het in 1844 geopende spoortracé van Keulen naar Bonn, in die tijd een technische sensatie, via een ijzeren brug over de vijvers in het tuinontwerp.

Kasteel Augustusburg in Brühl is een totaalkunstwerk waarin architectuur, beeldende kunst, schilderkunst en tuinkunst samenkomen. Samen met kasteel Falkenlust is het een toonbeeld van een volledig behouden gebleven adellijke residentie uit de 18e eeuw en als dusdanig staat het sinds 1984 op de lijst van cultureel erfgoed van UNESCO. De barokke tuinen uit 1728 zijn nog altijd grotendeels intact.

Die Gärten von Schloss Augustusburg

De keurvorst Clemens August von Wittelsbach uit Keulen creëerde in Brühl zijn lievelingsresidentie. De barokke tuinen van kasteel Augustusburg liet hij in 1727 aanleggen door de in Duitsland werkzame Franse tuinarchitect Dominique Girard, een leerling van André Le Nôtre, de geestelijke vader van de tuin van Versailles. Girard had eerder al de tuinen van kasteel Nymphenburg in München en het Belvédère in Wenen ontworpen.

Op deze locatie lag al een door water omgeven wildpark en Girard liet de onregelmatige contouren daarvan onaangetast. Geheel tegen de traditie in verlegde hij de middenas van de tuin naar het zuiden van het kasteel, zodat het hoofd- en voorplein haaks op de hoofdas lagen. Hij sloot hierop een tuinterras en een iets lager gelegen ‘parterre’ met fonteinen en broderieperken aan. Deze sierperken van buxus, bloemen, gazons en gekleurd grint deden aan borduurwerk denken (vandaar de benaming ‘broderie’) en waren van een onovertroffen schoonheid. Girard begrensde de parterre aan de zijkant met hoekig gesnoeide lindelanen.

ET_rhein_bildleiste_bruehl_2

Na de parterre volgde de spiegelvijver met als slotstuk een grote fontein tegen de achtergrond van de bomen van het ‘grand parc’ daarachter. De hoofdas werd in een rechte lijn tot aan het einde van het ‘grand parc’ voortgezet. Dit bosachtige gedeelte van het park werd weer doorkruist met andere diagonale lijnen. Een van deze lijnen voerde in zuidoostelijke richting via een laan naar het jachtslot Falkenlust buiten het park. Hier kon Clemens August zich bezighouden met zijn passie, het jagen met valken.

In de flanken van de parterre legde Girard driehoekige bosschages aan. Deze ‘plezierbosjes’ waren omsloten door hekken en bevatten een ‘ronde zaal’ met achthoekige fonteinen.

Girard ontwierp aan beide zijden in de spitse punten van de parterre nog meer tuinen. In het oosten legde hij rechthoekige bosschages aan, het westelijke gedeelte diende als moestuin. Deze beide delen van de tuin werden afgebakend met grachten die bepalend waren voor het totaalconcept van de tuin en waarop de keurvorst en zijn hovelingen vaak van boottochtjes genoten.

ET_rhein_bildleiste_bruehl_3

In de nasleep van de Franse revolutie kwam er in 1794 een einde aan het keurvorstendom Keulen. Kasteel Brühl werd door Franse troepen bezet, het meubilair werd verkocht en de tuin verwilderde.

In 1815 kwam kasteel Brühl vervolgens in handen van het Pruisische koningshuis. De tuin en het kasteel bevonden zich in een desolate toestand, maar belangrijke elementen zoals de dichte lindelanen, de bosschages en de spiegelvijver waren nog herkenbaar. Toen de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV in 1842 voor het eerst langdurig in Brühl verbleef , gaf hij opdracht het kasteel te restaureren en droeg hij zijn tuinarchitect Peter Joseph Lenné op het verwilderde park grondig op te knappen.

Lenné liet de basisstructuren van de tuin zoals zijn voorganger Girard die bedacht had intact. Hij behield de voormalige parterre met de dichte lindelanen, evenals de spiegelvijver, de grote fonteinen en de driehoekige bosschages met fonteinen. In het wildpark werden de diagonale paden en lanen in stand gehouden. De bosgedeelten vormde Lenné echter om in de stijl van een Engelse landschapstuin. Hij creëerde een schilderachtige afwisseling aan boomgroepen en velden, doorkruist door een stelsel van onregelmatige paden. In het oostelijke deel van het park veranderde Lenné de grachten in natuurlijk aandoende vijvers met eilandjes.

ET_rhein_bildleiste_bruehl_4

Vandaag de dag kunnen bezoekers in de zomermaanden de broderieparterre en de bloemperken vanaf het kasteelterras nog altijd bewonderen. De lindelanen zorgen voor koele schaduw en bieden uitzicht op de het waterspel van de fonteinen en de spiegelvijver. Ook een bezoekje aan het aan de bosrand gelegen jachtslot Falkenlust is zeer de moeite waard. Het is door een laan, de Falkenluster Allee, met het kasteelpark verbonden en kan vrij bezichtigd worden. Direct daarnaast ligt de door Pierre Lapotterie gecreëerde kapel – een kleinood van schelpen, kristallen en mineralen.

09020008_G

Address:
Schlosspark Augustusburg
Schloßstraße 6
50321 Brühl (NRW)
Tel.: 02232-944 31 17
Email: mail@schlossbruehl.de
Website: www.schlossbruehl.de

Owner/management:
Land of North Rhine-Westphalia

Opening times:
The park is open all year round

Admission Prices:
There is no admission fee.

Events, programme, exhibitions:
Current information on the cultural programme can be found on the website: www.schlossbruehl.de

Customer Services:

  • Shop: Yes
  • Tea Room/ Restaurant: At the palace
  • WC: Yes
  • Parking: Around the palace
  • Seats and benches: Yes
  • Average visitor duration: 1-4 hours
  • Accessibility – in the park/ garden from the car park: The main paths are suitable for visitors with limited mobility
  • Signs in park and on plants: No
  • General map and further information on the park can be found on the website

 

Near By

Max Ernst Museum