X

EUROPEES TUINENNETWERK – EGHN

Vestingen Brugge

De oude binnenstad van Brugge is vrijwel volledig omringd door een parkgordel die algemeen bekend is als ‘de vestingen’. Zoals de naam het zegt, gaat het om de oude omwalling van de stad, die anderhalve eeuw geleden door een paar landschapsarchitecten tot een bijzonder aantrekkelijke groene promenade omgevormd werd. Deze groene ring is meer dan zes kilometer lang en heeft een totale oppervlakte van 26 hectare, met gazons, struikgewas, wandel- en fietspaden en ongeveer 3.350 bomen.

Ook het water is alom tegenwoordig. In het zuidwesten van de stad is de oorspronkelijke dubbele walgracht bewaard gebleven. Aan de oostzijde is de walgracht verdiept en verbreed tot een kanaal voor de binnenscheepvaart, waar regelmatig vrachtschepen en pleziervaartuigen voorbijkomen. In het zuiden vormt het Minnewater een bijzonder stadslandschappelijk element. Alleen in het noordwesten (Koningin Elisabethlaan, Komvest) werden de walgrachten op het einde van de 19de eeuw gedempt in het kader van een stadsuitbreiding.

Behalve een steeds wisselend uitzicht en een weelde aan planten en bomen, ontmoet de wandelaar langs de vestingen ook een aantal monumenten uit het verleden: vier middeleeuwse stadspoorten, diverse stuwsluizen, een oude vestingtoren, een stenen bogenbrug uit de 18de eeuw, vier windmolens, alsook twee ‘waterhuizen’ die instonden voor de drinkwatervoorziening.

Daarnaast zijn ook twee hedendaagse voetgangersbruggen uit 2002 te vermelden: aan de Coupure en aan het Kanaaleiland.

De vestingen van Brugge zijn een ruim zes kilometer lange parkgordel die de oude binnenstad bijna volledig omsluit. In hun huidige ‘groene’ vorm gaan zij terug tot de tweede helft van de 19de eeuw. Maar hun oorsprong ligt veel verder terug in de tijd: zij werden op het einde van de 13de eeuw aangelegd als stadsomwalling.

De omwalling van een middeleeuwse metropool

In de loop van de 12de en 13de eeuw heeft Brugge een sterke bevolkingstoename gekend. Het inwonertal in de 14de eeuw mag op 40.000 à 45.000 geschat worden, wat zeer aanzienlijk is voor een middeleeuwse stad. Brugge was in die tijd niet alleen een van de grotere steden, het was tevens de belangrijkste handelsmetropool van Noord-West-Europa. De aangroei was ook zichtbaar op het terrein: door de ontwikkeling van nieuwe woonwijken was de stad op relatief korte tijd veel uitgestrekter geworden. De aanleg van een nieuwe stadsomwalling drong zich op. Concrete aanleiding hiertoe vormde het conflict tussen de graaf van Vlaanderen en de Franse koning, dat in 1297 losbarstte. De nieuwe omwalling had een omtrek van 6.800 meter en bestond uit een aarden wal en een dubbele walgracht. Negen stenen stadspoorten controleerden de toegang tot de stad. Stadsmuren waren er aanvankelijk niet: die zouden er pas een eeuw later komen, en dan nog zeer onvolledig.

Van stadsomwalling tot fiscale barrière

Gedurende de volgende zes eeuwen speelde het stedelijke leven zich geheel af binnen de beschutting van deze omwalling. De demografische en economische ontwikkeling van Brugge stagneerde of kende een terugval, waardoor geen verdere uitbreiding van het stadsgebied plaats vond. Bovendien kwam de stad al die tijd nooit in acute oorlogsomstandigheden terecht en werd zij evenmin belegerd, waardoor de vestingen slechts in bescheiden mate aan de evoluerende belegeringstechnieken en de verhoogde vuurkracht van de kanonnen aangepast werden. Vooral de buitenste vestinggracht werd van een reeks kleine bastions en ravelijnen voorzien. Op enkele plaatsen herinnert het hoekige verloop van deze gracht nog aan dat verleden. Op het einde van de 18de eeuw had de omwalling geen enkel militaire betekenis meer. Toch bleef zij nog enig nut behouden tot het midden van de volgende eeuw. Op koopwaren die de stad binnengebracht werden dienden immers invoerbelastingen (‘octrooien’) betaald te worden en de omwallingen maakten een efficiënte ‘grenscontrole’ mogelijk. Overdag werden de belastingen aan de stadspoorten geïnd, en door de poorten ’s nachts te sluiten kon smokkel verhinderd worden. Toen in 1860 de octrooien afgeschaft werden, viel ook deze functie weg en hield niets nog de demping van de wallen en de afbraak van de poorten tegen.

Parkaanleg

Toch verdween de omwalling niet en kreeg Brugge – in tegenstelling tot vele andere steden – geen brede ringboulevard in de plaats. Hiervoor waren twee redenen. Enerzijds begonnen de Bruggelingen zich net in die periode bewust te worden van de architecturale en historische waarde van hun oude stadspoorten. Daarom bleven de vier die in goede staat verkeerden behouden en werden zij gerestaureerd. Anderzijds had men al enige tijd de aantrekkelijkheid van de vestingen als wandelweg ontdekt. Na de demilitarisering was men ook begonnen met het planten van bomen op de wallen. In het midden van de 19de eeuw vatte het stadsbestuur het plan op om de vestingen systematisch tot park om te vormen. Hiervoor werd een beroep gedaan op twee eminente landschapsarchitecten: Egidius Rosseels uit Leuven en Hubert Van Hulleuit Gent. De werkzaamheden strekten zich (met onderbrekingen) uit over ruim een halve eeuw.

Molens

De parkaanleg werd mede mogelijk door het feit dat juist rond die tijd de windmolens systematisch gesloopt werden. Eeuwen lang hadden er op de Brugse vestingen zo’n 25 à 30 windmolens gestaan. Zij produceerden het meel dat nodig was voor de dagelijkse voeding van de talrijke stadsbevolking. In de loop van de 19de eeuw zorgde de opkomst van de stoommaalderijen ervoor, dat windmolens stilaan overbodig werden. Tegen het eind van de 19de eeuw waren ze vrijwel allemaal van de wallen verdwenen. Alleen bij de Kruispoort bleven er twee uit nostalgische overwegingen staan. Sinds 1970 werden er nog twee historische windmolens van elders uit de provincie naar Brugge overgebracht, zodat er op de Kruisvest nu vier molens staan: een uniek molenlandschap in Vlaanderen!

Gevarieerde beplanting

Bij de aanleg maakten de landschapsarchitecten dankbaar gebruik van de nabijheid van het water en van het aanwezige bodemreliëf. De oude molenbergen werden niet afgegraven, maar geïntegreerd in een golvend parklandschap met steeds wisselende uitzichten. Vooral Hubert Van Hulle, die een promotor was van de Engelse landschapsstijl, bereikte hiermee prachtige resultaten. Van de ca. 3.350 bomen op de vestingen zijn er heel wat die tot die periode teruggaan, en nu dus meer dan een eeuw oud zijn. Sommige hebben monumentale afmetingen aangenomen. Behalve de ‘klassieke’ soorten, zoals eik, beuk, linde, plataan en wilg, treft men in het bomenbestand ook een rijke variatie aan exoten aan, zoals de trompetboom, de tulpenboom, de moeraseik, de Japanse sierkers, de Chinese moerascypres, de acacia en vele anderen.

 

Adres: Historische stadsversterking Brugge:
De vestingen lopen rond de stad en hebben een totale lengte van 7 km. Een heel geschikte plaats om de vestingen op te gaan is het Minnewaterpark.. Dit park bevindt zich vlakbij de historische stadsversterkingen. U kunt zich oriënteren aan de hand van een stadsplan.

Eigendom van: Stad Brugge

 

Openingstijden:
Het hele jaar door toegankelijk.

Toegangsprijs: Vrije ingang.

Evenementen en tentoonstellingen:
Actuele informatie vindt u op www.brugge.be

Toeristische informatie:

  • Café/Restaurant: in het historische stadscentrum
  • WC: neen
  • Parkeren: In de binnenstad kan maximum vier uur betalend geparkeerd worden en maximum twee uur gratis (in blauwe zones moet de parkeerschijf worden geplaatst! ). We raden aan ofwel een van de ondergrondse parkeergarages in het centrum te gebruiken ofwel de parkings buiten het centrum. Van daaruit kan je makkelijk te voet of met de bus naar de binnenstad. Het beste parkeer je op de parking „Station“. Voor de prijs van 2,50 €/24 uur (tarieven 2007) kan je ook met de lijnbus naar het centrum en weer terug naar de parking.
    Actuele informatie: www.brugge.be/
  • Zitbanken in het park: ja
  • Gemiddelde duur van het bezoek: 1 à 3 uur
  • De hoofdpaden zijn toegankelijk voor personen met een beperking.

Overzichtskaart en meer informatie over het park: neen

  • Naambordjes in het park en aan de planten: nee